daginfo.nl
Een verzameling van lokaal, regionaal en landelijk nieuws in een handig overzicht.
Google
Dit domein (daginfo.nl) is te koop. Interesse? Neem contact met ons op via info@daginfo.nl

Za. 7 Maart 2026
Week 10

Geselecteerde regio:
Leiden

Regio:
NU.nl
Het laatste nieuws het eerst op NU.nl

NOS Nieuws
NOS Nieuws

  • Een week na het begin van de oorlog in het Midden-Oosten waren er vandaag opnieuw Israëlische luchtaanvallen op de Iraanse hoofdstad Teheran. Onder meer de luchthaven Mehrabad werd onder vuur genomen. Tegelijk kwam de Iraanse president met een opvallende aankondiging.

    In dit artikel zetten de ontwikkelingen van vandaag op een rij. Alle updates over de oorlog vind je in ons liveblog.

    Pezeshkian: niet langer buurlanden aanvallen

    De Iraanse president Pezeshkian zei vanochtend dat aanvallen op de buurlanden worden gestaakt. "Vanaf nu moeten onze strijdkrachten niet langer onze buurlanden aanvallen, of raketten op ze afschieten, tenzij we worden aangevallen vanuit die landen", zei hij. De president bood "broeders" in buurlanden ook excuses aan.

    Pezeshkian deed zijn uitspraken in een opgenomen tv-toespraak. In de nacht en de vroege ochtend waren er nog beschietingen vanuit Iran op meerdere landen in de Golfregio.

    Als Iran wordt aangevallen vanuit een van de buurlanden, geldt de oproep dus niet. Amerika heeft veel militaire bases in de Golfregio. Een overzicht:

    De komende uren en dagen moet blijken wat de woorden van Pezeshkian waard zijn. Als president is hij geen onbelangrijke figuur, maar de echte macht ligt bij de Iraanse Revolutionaire Garde.

    President Trump lijkt in ieder geval niet erg onder de indruk. "Die belofte is alleen gedaan vanwege de aanhoudende aanvallen van de VS en Israël", schreef Trump op zijn socialemediaplatform Truth Social. Hij zei dat Iran opnieuw hard zal worden getroffen.

    Dodental Libanon verder omhoog

    Israël voert sinds maandag ook aanvallen uit op Libanon. Daar is het dodental inmiddels opgelopen tot 294, zegt het ministerie van Volksgezondheid. Meer dan duizend mensen zijn gewond geraakt.

    De Israëlische aanvallen zijn gericht tegen Hezbollah. Die organisatie is nauw verweven met het Iraanse regime. Met name in Zuid-Libanon en in de hoofdstad Beiroet zijn veel aanvallen geweest. Het Israëlische leger heeft bewoners daar opgeroepen om te vertrekken. Andersom heeft Hezbollah inwoners van een stadje in Noord-Israël opgeroepen om onmiddellijk te evacueren.

    Correspondent Daisy Mohr woont in de Libanese hoofdstad Beiroet. Ze maakt van dichtbij mee hoe de bevolking opnieuw in angst leeft. Ze bezocht een gaarkeuken waar wordt gekookt voor mensen die op de vlucht zijn:

    Meer Nederlanders naar huis

    Er was ook nieuws over Nederlanders in het gebied die terug willen naar huis. Hun repatriëring begint op gang te komen. Vandaag landden twee vluchten op Schiphol, uit Egypte en uit Oman. Een deel van de reizigers kwam uit Israël en de bezette Westelijke Jordaanoever, een ander deel uit de Verenigde Arabische Emiraten. Vanuit die landen is weinig tot geen vliegverkeer mogelijk.

    Een derde en vierde vlucht zijn uitgesteld vanwege de veiligheidssituatie. Het ministerie van Buitenlandse Zaken geeft geen details over de precieze reden, maar probeert de passagiers zo snel mogelijk op een volgende repatriëringsvlucht te plaatsen.

    Inmiddels blijkt dat de ticketprijzen van vluchten naar Nederland wereldwijd de pan uitrijzen, omdat veel routes via het Midden-Oosten lopen.

    Morgen: spoedoverleg Arabische Liga

    Zondag houden de landen van de Arabische Liga spoedoverleg over de situatie in de regio. Bij die organisatie zijn 22 landen aangesloten, Iran is geen lid. De landen willen met elkaar praten over de Iraanse aanvallen op lidstaten van de Arabische Liga, zoals Saudi-Arabië, de VAE en Qatar.

    Saudi-Arabië zou om het overleg hebben gevraagd. Dat wordt in de middag digitaal gehouden. Dan moet dus ook duidelijk zijn of Iran zich aan de belofte van president Pezeshkian heeft gehouden en de aanvallen inderdaad heeft gestaakt.

  • Israëliërs die rennen naar de schuilkelder bij een luchtalarm, het zijn beelden die deze dagen veel voorbijkomen. Maar lang niet iedereen heeft de optie, publieke schuilkelders zijn oneerlijk verdeeld over het land. Met name de Palestijnse inwoners van Israël hebben lang niet altijd een veilige plek om naartoe te vluchten bij een raketaanval.

    Zo'n twintig procent van de Israëlische bevolking is Palestijns. Het zijn Palestijnen die na de stichting van de staat Israël in 1948 om verschillende redenen konden blijven. Inmiddels zijn deze Palestijnen Israëlische staatsburgers geworden, maar hun veiligheid heeft voor de Israëlische regering aanzienlijk minder prioritiet.

    Ongelijke verdeling

    Volgens een eerder onderzoek van de Israëlische ombudsman staan van de ongeveer 12.000 publieke schuilkelders in Israël er maar 37 in de dorpen waar Palestijnen wonen. Terwijl zij net zoveel gevaar lopen om door een raket te worden geraakt als Joodse Israëliërs.

    De ongelijkheid tussen Joodse en Palestijnse burgers op het vlak van veiligheid is al jaren een probleem. Elke keer als er door een aanval doden of gewonden vallen in de Palestijnse gemeenschap in Israël, laait de discussie weer op. Maar verbetering blijft uit, met als gevolg een groot gevoel van onveiligheid bij de Palestijnse gemeenschap.

    Volgens een recente peiling van het Israel Democracy Institute in Jeruzalem voelt 74 procent van de Joodse inwoners zich beschermd tegen de Iraanse aanvallen. Bij de Palestijnse inwoners is dat maar 15 procent.

    Bedoeïen

    De situatie is het schrijnendst bij de bedoeïenen. In het zuiden van het land in de Negev wonen zo'n 300.000 bedoeïenen die zich daar in dorpen en steden hebben gevestigd. Ruim tweederde van die groep heeft geen toegang tot een schuilkelder.

    Een groot deel van de bedoeïen woont in dorpen die niet door de staat Israël worden erkend. De dorpen zijn daarom niet aangesloten op voorzieningen als stroom en water en dus zijn er ook geen schuilkelders.

    Layla Alfrejat is een van hen. Zij woont in het dorp Bir al-Mashash met haar man en hun zeven kinderen. "Er is hier geen enkele schuilkelder. Ik ben bang en op het moment dat de luchtalarmen afgaan weet ik niet wat ik moet doen. Ik moet sterk blijven voor mijn kinderen, maar ik ben niet sterk want ik ben bang", zegt ze. En die angst is gegrond, want tijdens de oorlogen van de afgelopen jaren vielen er doden en gewonden door raketten.

    Schuilen in een tunnel

    Bir al-Mashash en een aantal andere dorpen liggen ook nog eens vlak bij een militair vliegveld dat tijdens een oorlog een mogelijk doelwit kan zijn. En dus zoekt men naar alternatieven voor een schuilkelder, zoals een lage tunnel die onder de snelweg langs de dorpen loopt.

    Alfrejat laat de tunnel zien: "Ik kan op deze plek niet rechtop staan. Er geen wc, helemaal niks. In de nacht is het donker. Op sommige momenten zitten we hier met 200 mensen. Iedereen zit bovenop elkaar en er wordt geschreeuwd. En je ziet de raketten in de lucht vliegen. Het is echt heel eng."

    Bovendien ligt de tunnel dus buiten de dorpen en is die voor veel mensen te ver weg. Ook Alfrejat heeft een kwartier nodig om er te komen, maar dat is niet snel genoeg. "Soms zie ik de raketten al in de lucht als ik nog onderweg ben. En voor mensen die slecht ter been zijn is dit helemaal niet te doen. Die blijven maar gewoon thuis."

    Rechten

    Bewoners blijven met hulp van maatschappelijke organisaties eisen dat de staat ook hun veiligheid garandeert. "Wij zijn de oorspronkelijke bewoners van dit gebied. Wij woonden hier al voordat de staat Israël in 1948 werd opgericht. Wij moeten daarom dezelfde rechten krijgen als andere burgers", zegt Maegel Hawashli. Hij is hoofd van koepelorganisatie van de niet-erkende dorpen. "Dit is toch een democratisch land? Hoe kan het dan dat die andere inwoners wel schuilkelders krijgen en wij niet? Wij zijn constant bang voor raketten en willen een plek om te kunnen schuilen."

    Alfrejat is het daarmee eens: "Wij vragen niet meer dan waar we recht op hebben. We vragen om iets simpels. Als een land een oorlog begint moet het eerst de eigen burgers kunnen beschermen. Meer dan dat vragen we niet."

  • Het tekort aan standplaatsen voor woonwagens loopt al jaren op. Na jarenlange wachtlijsten, rechtszaken en niet nagekomen politieke beloften kiezen woonwagenbewoners nu voor een andere strategie: zelf plaatsnemen in de gemeenteraad.

    Een voorbeeld is Maastrichter Willem Schneider. De 41-jarige dakdekker staat op de CDA-lijst voor de gemeenteraadsverkiezingen op 18 maart. Schneider woont al jaren op de Vinkenslag, officieel woonwagenplaats De Karosseer. Hij maakt zich hard voor uitbreiding van het aantal standplaatsen in Maastricht.

    "Ik hoop een vinger in de pap te krijgen, om dit vanuit de gemeenteraad echt op te lossen", legt hij uit. "Niet over ons praten, maar met ons." Schneider staat op nummer negen van de lijst en hoopt met voorkeursstemmen in de gemeenteraad te komen. Het CDA heeft nu vier raadsleden.

    Tekort aan standplaatsen

    Hij is niet de enige uit de woonwagengemeenschap die de stap naar de politiek zet. In onder meer Amersfoort, Haarlem, Helmond, Hoogeveen en Leeuwarden staan kandidaten op de lijst met een woonwagenachtergrond. Allemaal streven ze naar erkenning van hun cultuur en uitbreiding van standplaatsen.

    De meest recente cijfers laten zien dat gemeenten nauwelijks nieuwe standplaatsen voor woonwagens hebben gerealiseerd. Tussen 2020 en 2022 kwamen er in Nederland 49 plaatsen bij.

    "De behoefte stijgt, terwijl het perspectief wordt uitgesteld", zegt Dominic Teodorescu, universitair docent politieke en economische geografie aan de Universiteit van Amsterdam. "Sinds 2018 zijn er nog geen honderd nieuwe standplaatsen bijgebouwd. De algemene woningvoorraad is wel toegenomen."

    Het tekort aan woonwagenlocaties is een groot probleem binnen de gemeenschap. "Het samenleven in familieverband hoort bij onze cultuur", zegt voorzitter Sabina Achterbergh van de vereniging Sinti, Roma en Woonwagenbewoners Nederland. "Onze grootste wens is om genoeg ruimte te krijgen om onze cultuur te uiten."

    Uitsterfbeleid is verboden

    Die cultuur komt door de structurele tekorten steeds verder in het nauw. Sinds 1999 is het aan gemeenten om woonwagenbeleid te maken. Veel gemeenten pasten daarna een zogeheten 'uitsterfbeleid' toe: als een woonwagenbewoner overleed, verdween ook zijn of haar standplaats.

    In 2014 oordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat overheden verplicht zijn om de cultuur en levensstijl van woonwagenbewoners te faciliteren. Ook het Nederlandse College voor de Rechten van de Mens veroordeelde het uitsterfbeleid en stelde dat gemeenten woonwagenbewoners discrimineerden.

    Ook in 2014 werd de woonwagencultuur erkend als cultureel erfgoed. "Maar tegelijkertijd liet de overheid ook toe dat die cultuur verdween", legt Teodorescu uit. "Dat veranderde in 2018, omdat er steeds meer druk kwam vanuit de nationale ombudsman, Europese organisaties en omdat een nieuwe generatie woonwagenbewoners politiek geëngageerd werd."

    Door die druk kwam er in 2018 nieuw beleid. Teodorescu: "Ook die beloftes zijn nog niet ingelost. Het uitsterfbeleid gaat weliswaar niet meer op een harde manier verder, maar het is nu een uitstelbeleid geworden."

    Dat ervaart de gemeenschap ook, zegt Achterbergh. "Wij voelen dat wij stilstaan. Ik ken iemand die van zijn 18e tot zijn 50ste moest wachten op een plaats. Die kreeg hij pas toen een ouder overleed. En wat ons betreft, is dat uitsterfbeleid 2.0."

    Wat betekent dat concreet voor de gemeenschap? "Veel mensen blijven tot late leeftijd thuis wonen. Kinderen en kleinkinderen wonen bij grootouders in de wagen of in schuurtjes", vertelt Achterbergh. Een enkeling doet wat ze een 'noodgreep' noemt en wijkt uit naar stenen huizen. "En dan is onze cultuur weer schade toegebracht."

    Ontwikkeling naar politiek

    "Ik zie absoluut een ontwikkeling dat zij nu de politiek opzoeken", zegt Teodorescu. Vanuit de belangenvereniging probeert Achterbergh woonwagenbewoners aan te sporen om mee te doen. "Het is niet gezegd dat ze zetels winnen, maar het zegt wel wat. Ze hebben de hoop dat ze nu echt iets kunnen veranderen."

    De Maastrichtse kandidaat Schneider heeft die hoop inderdaad. "Ik denk dat je het lokaal moet aanpakken. Daar ligt de sleutel voor oplossingen."

    De gemeente Maastricht laat weten dat de realisatie van standplaatsen voor woonwagenbewoners veel tijd in beslag neemt. Op dit moment wordt gewerkt aan de uitbreiding van drie locaties. Ook is er grond aangekocht voor een nieuwe locatie. Het voorstel daarvoor wordt de komende maanden aan de gemeenteraad voorgelegd.





Daginfo.nl -- Een verzameling van lokaal, regionaal en landelijk nieuws in een handig overzicht.
Generate date: [Sat, 07 Mar 2026 19:13:13 +0100]